Rembrandtdagen en de Lokhorstkerk – een reflectie

Beeld:

De Lokhorstkerk doet ook dit jaar met de Leidse Rembrandtdagen mee! De kerk is open van 12u tot 17u op zaterdag 11 en zondag 12 juli. Het Bollenstreek Barokkwartet speelt elk heel uur een kort concert met muziek uit de tijd van Rembrandt.


Hoewel onze kerk nog niet stond toen het kind Rembrandt in Leiden opgroeide, werd ze wel tijdens zijn werkende leven gebouwd. Toch is er een andere, diepere verbinding tussen Rembrandt en onze kerk. Zijn levensverhaal is diep verweven met onze kerkgenootschappen: de Doopsgezinden en de Remonstranten, vrijzinnige stromingen die in zijn jeugd opbloeide, maar tevens te maken kreeg met massaal geweld en terreur van aanhangers van de gevestigde kerk, ook in Leiden.

In 1633 – hetzelfde jaar waarin Rembrandt de invloedrijke remonstrantse predikant Johannes Wtenbogaert portretteerde – werden tijdens remonstrantse bijeenkomsten in Leiden de ramen ingegooid en predikanten met stenen bekogeld. Daarna kerkten de Leidse Remonstranten tot 1667 samen met hun geloofsgenoten in Warmond, en in deze periode stonden familieleden van Rembrandt ingeschreven bij deze samenwerkingsgemeente. Pas na Rembrandts dood kreeg Leiden haar eigen remonstranse kerk.

Rembrandt zelf stond nooit bij de Remonstranten ingeschreven, noch bij hun tegenstanders, de Contraremonstranten. Wél heeft hij meerdere portretten van belangrijke remonstranten gemaakt, en volgens historicus S. A. C. Dudok van Heel kan Rembrandt “tijdens zijn vroege jaren in Amsterdam … zich zeer wel onder de ‘liefhebbers’ van de remonstranten hebben geschaard“.


In 1613 werd het eerste stuk grond aan de Pieterskerkstraat gekocht met het oog op de bouw van een doopsgezinde kerk. Rembrandt ging rond die tijd naar de op een steenworp afstand gelegen Latijnse school, maar toen de bouw van de Lokhorstkerk in 1638 gereed was, had Rembrandt zijn werkterrein al verlegd naar Amsterdam.

Daar werd hij geïnteresseerd in het doopsgezinde geloof en kreeg al snel opdrachten om bekende Amsterdamse Doopsgezinden te portretteren. Zo schilderde hij de invloedrijke predikant Cornelis Claesz. Anslo en zijn vrouw Aeltje Gerritsdr. Schouten. De doopsgezinden, ook wel bekend als mennonieten, stonden destijds bekend om hun vreedzame levenswijze en afkeer van uiterlijk vertoon. Hoewel ze een sobere levensstijl hanteerden, lieten vermogende doopsgezinden zich toch graag vastleggen door meesters als Rembrandt.

De connectie met deze geloofsgemeenschap liep ook via Rembrandts eigen netwerk. Zo kwam hij in aanraking met het doopsgezind-zijn via zijn kunsthandelaar – en later neef door huwelijk – Hendrick Uylenburgh, die goede contacten had binnen de doopsgezinde kring. Hoewel een Italiaanse biograaf, Baldinucci, schreef dat Rembrandt Mennist was, wordt dit overigens betwijfeld.


Rembrandts hang naar vrijzinnigheid kon hij in zijn kunst kwijt: zijn schilderijen van Bijbelse taferelen wekken de indruk dat hij kritisch stond tegenover de gevestigde orde. Onlangs werd een onbekend schilderij van Rembrandt, “Laat de kinderen tot mij komen”, herontdekt. Wat opviel, was dat het schilderij later door een andere hand was bewerkt: een tulband werd overschilderd met een Nederlandse pet, en een naakt kind kreeg een manteljas. In een tijdperk waar religieuze intoleratie de norm was en Leiden – net als veel andere Europese steden – te maken had met een enorme instroom van vluchtelingen, was de keuze voor zo’n diverse samenstelling, gecombineerd met deze boodschap, allesbehalve toevallig. Kunsthistoricus Andrew Graham-Dixon ziet hierin “een statement van Rembrandts morele positie … Rembrandt kiest partij – voor de afwijkenden, voor de Remonstranten, de Mennonieten [Doopsgezinden], de Katholieken“

Vandaag kerken de Doopsgezinden en de Remonstranten samen in de Lokhorstkerk. De waarden van tolerantie en vrijzinnigheid leven nog steeds in onze gemeenten, en we mogen onze geloof tegenwoordig vrij belijden, zelfs zonder onze kerk achter huizen te hoeven verschuilen, zoals tot in de negentiende eeuw verplicht was. Desondanks zijn religieuze vervolging en intolerantie jegens buitenlanders zijn nog steeds thema’s van onze tijd. Rembrandts kunst laat ons een samenleving zien die tot de geschiedenis hoort – maar toch niet helemaal.

Beeld: “Laat de kinderen tot mij komen” Foto: Sotheby’s