Meer weten over doopsgezinden en remonstranten?
 

Bestaat God?

Naar de startpagina

 

Startpagina Kerkdiensten Nieuws / agenda Concerten Overdenkingen De gemeente Kerkhuur


The Ascension by Giotto (c. 1305)

Bijna 20 jaar geleden hield wijlen professor Han Adriaanse een lezing voor remonstrantse predikanten over de vraag naar het bestaan van God. Deze vraag begon als volgt:

“Bestaat God? Wonderlijke vraag voor predikanten! Als er één groep is die geacht mag worden het antwoord op deze vraag te kennen, dan is het de groep van predikanten. Toch is het ook een existentiële vraag, juist van predikanten: mijn God-talk, mijn spreken over God, gaat dat wel ergens over? We hebben er moeite mee om deze vraag af te doen op de wijze van Karl Barth - de grote Zwitserse theoloog - die op de vraag als volgt antwoord: 'daar kun je niet aan twijfelen; dat moet je geloven, want als je daaraan twijfelt, haal je de grondslag weg onder je hele christen-zijn. Dus geloof is juist als het om God gaat voor een christen de enige mogelijkheid. Dat is bijna een kwestie van logica.' Dit antwoord is voor ons niet genoeg. Aan de andere kant: zullen wij een ander, beter antwoord kunnen vinden? Dat meen ik echt: het antwoord 'God bestaat - dat geloof ik nu eenmaal' is waarachtig het slechtste nog niet.”

Het antwoord 'God bestaat - dat geloof ik nu eenmaal' is het slechtste nog niet... Wie dit zegt, erkent dat het niet mogelijk is Gods bestaan via de weg van bewijzen en logica aan te tonen. Het antwoord 'God bestaat, dat geloof ik nu eenmaal' is daarmee geen dooddoener die elke discussie wil afsluiten, maar een erkenning dat er geen beter antwoord is.

En toch is het van belang om de vraag van tijd tot tijd te onderzoeken, want we kunnen niet om de vraag heen of ons spreken over God wel ergens over gaat. Han Adriaanse probeert via verschillende insteken de vraag te benaderen. Hij wijst onder andere op een onderscheid dat door de Engelse godsdienstfilosoof Basil Mitchell wordt gemaakt, namelijk dat tussen bewijzen en aanwijzingen. De vraag 'bestaat God?' wordt zo persoonlijk: welke aanwijzingen heb jij, heeft u voor het bestaan van God? Het terrein van de objectieve bewijzen wordt verlaten voor het terrein van de subjectieve aanwijzingen. Hoe aantrekkelijk ook, wel moeten we erkennen dat we met deze beweging de intellectuele vraag weliswaar omzeild hebben, maar niet beantwoord. Dus dan toch maar 'God bestaat, dat geloof ik nu eenmaal'?

Het is - zo volg ik Han Adriaanse - het slechtste antwoord niet. Maar hiermee is niet alles gezegd. Want wat zeggen we dan? Wie is deze God? Waar is hij te vinden? Waar kan ik hem ontmoeten? God is overal, zeggen velen. En dat kan zo zijn, maar als God overal is, is hij ook nergens. Net zoals de uitspraak 'God is alles' de gedachte oproept dat hij dan ook niets kan zijn. We komen er niet uit. Maar dat geeft niet. Soms bevestigt de bijbel ons in ons zoeken. Zo spreekt koning Salomo tijdens het gebed bij de wijding van de tempel in Jeruzalem de woorden uit dat het wezen van God is dat zelfs het heelal hem niet kan bevatten.

Terug naar Mitchell: welke aanwijzingen heeft u voor het bestaan van God? Als je díe vraag dan zou stellen, dan komen er zoveel verschillende antwoorden als er verschillende mensen zijn. En dat moet ook juist! We kunnen geen eenduidig beeld van God hebben want hij is groter dan het heelal! En die verschillende antwoorden van verschillende mensen gaan maar heel soms over gebeurtenissen die bewijzen dat er wel meer tussen hemel en aarde moet zijn. Nee, die gaan over kracht krijgen, weer levenszin ondervinden, die gaan over berusting over het naderende einde, over een kleine en bijzondere ontmoeting, over de geboorte van een kind of kleinkind. Over het leven, over liefde, over het goede dat toch het kwade overwon! Adriaanse stelde dat het antwoord 'God bestaat, dat geloof ik nou eenmaal', het slechtste nog niet is op de vraag naar Gods bestaan. Aan het einde van zijn lezing stelt hij dat een precies antwoord op de vraag naar Gods bestaan wellicht helemaal niet nodig is als we blijven samenkomen: 'Waar het hier (in de kerk) op aankomt,' zo zegt hij 'is dat de lofzang niet ophoudt, evenmin als het gebed en de verkondiging.'

Laten wij onze samenkomsten, ons geloof als ijkpunt nemen om te werken aan dat Koninkrijk van God. Oftewel: laten we het mogelijk blijven maken dat God op aarde woont.

Laura van Asselt
n.b. dit is een samenvatting van de preek van 24 september jl.

Lokroep, okt-nov 2017

 
Contact Suggesties of opmerkingen mailen?